Onderwijsconcept

Hoe het concept is ontstaan:
Nieuwe inzichten over leren, en veranderingen in de samenleving vragen om andere onderwijsbehoeften.
Er is breed meegedacht in het vormen van het concept. Door de  inbreng van ouders, onderwijsdeskundigen en ervaringsdeskundigen is er  een kwalitatief goed en succesvol onderwijsconcept neergezet.
 

Werken in units:

De school is verdeeld in units van maximaal 60 kinderen

( uitgaande van de capaciteit van het huidige gebouw).

  • Unit 1 ( 2 -4 jaar)
  • Unit 2 (4 - 6 jaar)
  • Unit 3 (6 - 9 jaar)
  • Unit 4 (9 -12 jaar)

Binnen een unit zijn kinderen verdeeld in heterogene (bewust verschillende leeftijden) basisgroepen van maximaal 30 kinderen. Er wordt gewerkt in heterogene groepen om beter in te kunnen spelen op ontwikkelingsverschillen tussen kinderen. Een basisgroep is een sociale groep met een vast teamlid. Deze basisgroepen hebben vooral een pedagogische functie: ze geven de kinderen veiligheid. Kinderen beginnen en eindigen hun dag in een kring met hun basisgroep.

Een leerling gaat naar een volgende unit als de leerstof uit die unit beter bij zijn of haar ontwikkelingsniveau past. Ook is het mogelijk, dat een kind op bepaalde onderdelen al in een volgende unit meedoet en op die manier eerst gedeeltelijk en tenslotte helemaal naar een volgende unit kan. Dit gebeurt natuurlijk na zorgvuldig overleg met de ouders.De begeleiding van de kinderen wordt gedaan door meerdere deskundigen.

 

Hoe we kinderen volgen:

Het volgen van de ontwikkeling van het kind is van essentieel belang om aan te kunnen sluiten bij de leer- en instructiebehoefte. De te behalen doelen zijn bekend bij de leerkracht, het kind en de ouders. Het kind is betrokken bij zijn eigen leerproces en is daardoor gemotiveerd om zich te ontwikkelen.

 

Ouders krijgen informatie over:

  • Waar staat het kind in zijn ontwikkeling, waar staat het kind op de leerlijn en blijft het kind ontwikkelen?
  • Wat zijn talenten van het kind?
  • Welke onderdelen vragen om extra inzet en oefening?
  • Hoe leert het kind en wat kan het kind aan?
  • De sociaal emotionele aspecten in het contact met anderen, in spel en in gedrag

 

In het volgen van kinderen worden de volgende onderdelen in beeld gebracht:

  1. De rapportage van harde gegevens; toetsresultaten, gegevens over het niveau van het kind. De vaardigheidsscores van CITO.
  2. Het volgsysteem KIJK om ontwikkeling van kinderen te observeren en te registeren.
  3. In de vorm van een portfolio staat welke kennis en vaardigheden het kind beheerst, maar ook waar het kind trots op is.
  4. De onderdelen 1, 2 en 3 vormen het uitgangspunt voor gesprek. Er zijn gesprekken met ouders/verzorgers, maar ook met het kind zelf.

 

In het belang van de ontwikkeling van het kind zijn goede gesprekken met ouders en school essentieel, vanuit een open communicatie en een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Vanaf unit 1 worden kinderen op dezelfde manier gevolgd en kennen we een doorgaande ontwikellingslijn.

 

Wat ouders hierover zeggen:

"De school is  open en betrokken en er is een goede communicatie tussen ouders en school. De communicatie  in gesprek, verslag en informatie is helder. De lijnen zijn kort en de terugkoppeling is goed.

We ervaren de ruimte voor gesprek  en de inhoud van de gesprekken als prettig. De verslagen geven een goed beeld van het kind. De begeleiding en de aandacht voor de ontwikkeling van het kind op zijn/haar eigen niveau ervaren we als positief. De dagstructuur en het unit-doorbrekend werken zijn helpend in de ontwikkeling van het kind"
(bron evaluatie ouders schooljaar 2012-2013)

Facebook Twitter